BLOG

Hier schrijf ik regelmatig blogs en teksten ter inspiratie!

KILIMANJARO

_________________________________________________________________________

“Ladies and gentlemen. Take a look on your right, we are flying over Mount Kilimanjaro. Africa’s highest peak, with an altitude of 5.895 meter”, zegt de piloot. Ik kijk uit het raam. Onder mij doemt een enorme massa op, ruig en massief, ver boven de wolken uit. Witte stukken gletsjer steken fel af tegen de verschillende kleuren grijs en roestbruin. De Kilimanjaro, het dak van Afrika. Mijn eerste kennismaking.

“You look like good summit material” zegt de jonge knul terwijl hij ons de hand schudt. Zijn blik glijdt van Robin naar mij en weer terug. Hij lacht een brede lach en een rij witte tanden worden ontbloot, steken fel af tegen zijn donkere huid. De 2 kuiltjes in zijn beide wangen geven me het gevoel dat hij niets anders doet dan de hele dag lachen. Zijn jeugdige enthousiasme slaat op ons over; “everything is going to be amazing!”

We maken kennis met onze beide gidsen. De jonge lachebek heet Shedrack en brengt zijn luchtigheid en gave om altijd en overal plezier te maken mee de berg op. Hij heeft iets lichtvoetigs, waarmee hij door het leven lijkt te lopen. Lichtvoetig zeg ik; al wandelt hij op een soort zevenmijlslaarzen deze berg op, minstens 5 maten te groot. Maarja, ze zijn wel mooi.

Jackson lijkt het absolute tegenovergestelde van Shedrack. Een zachtaardige, kalme man, halverwege de 40. Hij kent de grillen van deze berg op zijn duimpje, heeft enorm veel ervaring. Jackson verkrijgt zijn informatie niet door dingen te vragen of erover te praten, hij observeert en heeft het daarmee heel vaak bij het juiste eind.

Onze tassen worden nauwkeurig op inhoud gecheckt. Met wat gehuurd goed - want met een skipak in je backpack is ie snel vol - en na de laatste formaliteiten zijn we er klaar voor. Kilimanjaro is calling and we must go.

Een goede nacht, een stevig ontbijt, laatste douche. De spullen bij elkaar gezocht, veters stevig gestrikt. Terwijl we staan te wachten op de binnenplaats van de Park View Inn, komt er een grote bus met behoorlijk indrukwekkende inhoud binnengereden. Natuurlijk, we hadden begrepen dat er porters zouden meegaan - 8 stuks - en 2 gidsen en een kok. En natuurlijk hadden we kunnen bedenken dat er dan een hoop spullen nodig zijn om met 13 man een week op een berg te overleven. Maar, we zijn de enige klimmers die ons voor deze groepsreis hebben opgegeven, dus deze hele onderneming, een enorme berg spullen op het dak van de bus, is enkel voor ons. De reality check is daar.

Vandaag lopen we een korte tocht van 3 uur, naar Big Camp Tree op 2650 meter hoogte. En, we wisten heus wel dat we langzaam zouden gaan lopen, maar zó langzaam? Voetje voor voetje achter Jackson aan, de continue impuls om hem in te halen negerend. Zal ik links of toch rechts? Maar blijkbaar komen alleen de schildpadden hier écht tot de top. De algemene opinie luidt; verspil geen energie die je later nog nodig gaat hebben. Dus pole pole (langzaam) is het devies.

Het laatste stuk van de wandeling worden we tegemoet gelopen door 2 jonge knapen uit ons kamp, Jafary en Kasim. Ze staan erop om onze tassen over te nemen en deze het laatste stukje naar het kamp te dragen. Hoewel we lang niet moe zijn en de tas nauwelijks zwaar is, geeft dit een heel bijzonder en warm gevoel.

Er wordt toch wat op poten gezet wordt om ons uiteindelijk die berg op te krijgen, zeg. Want zodra we het kamp binnenwandelen, zien we een grote oranje tent, met tafel en stoelen. Zelfs een tafelkleed mag niet ontbreken.

Ook een wc wordt voor ons mee de berg opgetild. Het is een klein vierkant tentje, staand op 2 stokken met daarin een chemisch toilet. In geval van een uitbarsting, zo wordt ons uitgelegd, is daar gelukkig ook een toiletborstel.

Verder slapen onze 11 mountain troopers met z’n allen verdeeld over 3 tenten. Eén van die tenten is tevens de keuken van het restaurant, waar de kok ons de meest lekkere dingen voorschotelt. We voelen ons bezwaard dat we lang niet alles opkrijgen.

____

Ik hoor gerommel aan de rits van onze tent. Als ik mijn ogen opendoe, kan ik zien dat het nog donker is buiten. De rits gaat open en Peter, onze host slash waiter slash wake-upper staat binnen in de tent. Goodmorning. Of we thee of koffie willen. Op bed! Het gemiddelde sjieke hotel doet niet uit zichzelf aan dit soort service. Even later krijgen we een emmertje water om ons mee te wassen. Mountainshower check.

Vandaag is onze langste dag. We lopen 17 kilometer en stijgen daarbij 1100 meter. Het looptempo waar we gisteren nog ‘tegenaan liepen’, begint te wennen en lijkt zijn vruchten af te werpen. Het regenwoud maakt plaats voor heidelandschap naarmate we hoger komen. We komen in de flow en klimmen moeiteloos de paden en rotshellingen voor ons. Door dit tergend langzame tempo kunnen we dit dus heel lang volhouden.

Ik kijk naar Jackson die voor mij loopt. Zonder al te veel uitleg van zijn kant hierover, zie ik langzaam zijn visie over het wandelen voor me. Een filosofie is het haast. Kleine stappen zijn energieneutraal. Twee kleine stappen kosten minder energie dan één grote stap. Ik bestudeer hoe hij wandelt, hoe hij zorgvuldig kijkt waar hij zijn volgende voet plaatst. Zijn achterste voet zwaait rustig naar voren terwijl hij zijn gewicht op de voorste plaatst. 9 van de 10 stappen moeten energieneutraal zijn. Een enkele keer is een grote stap noodzakelijk, bij het stappen op een rotsblok of een grote stap naar beneden. Het energielek dat dit teweeg brengt voel ik door mijn benen stromen.

Ik vind het een openbaring. Ik beklim straks deze top, klim bijna 4000 meter de hoogte in, zonder maar een moment buiten adem te raken!

Briefing de avond voor dag 3. We krijgen te horen dat het heel goed gaat, dat we een strak tempo hadden vandaag. Onze gidsen blikken vooruit naar de summit night en hebben er alle vertrouwen in. Het doet me goed dat te horen, want het is hoe dan ook, ook spannend.

Jackson belooft ons dat we het zo gaan uitkienen dat we die ochtend precies op het juiste moment aan de top staan. 6-7 uur lopen, elk uur 3 tot 5 minuten pauzeren; eten, drinken, ademhalen. Het klinkt fantastisch en afschrikwekkend tegelijkertijd.

Onze conditie wordt nauwkeurig in de gaten gehouden. We moeten een formulier invullen; hoe we ons voelen, of we misselijk zijn, diarree hebben. Ook wordt onze pols en zuurstofsaturatie gemeten. Heel interessant om te zien wat er met je lichaam gebeurt op steeds grotere hoogte.

____

Ik heb vanavond ontdekt dat de drol die ik gister in Big Tree Camp in het toilet achtergelaten had, gewoon op iemands schouders meegegaan is de berg op. Holy shit!

____

Dag 3 is een lange dag. We lopen van Shira II naar Barranco Camp. Een knalblauwe lucht en de witte gletsjers op de top van de Kili zijn ons uitzicht. Het cadeau is de lunch bij Lava Tower, 4,6 kilometer boven zeeniveau. Doel van dit tussendoortje - we slapen komende nacht namelijk weer op bijna dezelfde hoogte (3900m) - is acclimatiseren. Ons lichaam blootstellen aan zo’n laag zuurstofgehalte in de lucht zet allerlei processen in gang. Vocht treedt uit, de dichtheid van rode bloedcellen in de bloedbaan, én daarmee de hoeveelheid zuurstof per milliliter neemt toe, zo compenseert je lichaam. Eindresultaat; hoofdpijn en kortademigheid. We worden voorbereid op misselijkheid, overgeven. Wel zal ons lichaam tijdens een volgend bezoek aan dergelijke hoogte hier beter mee om kunnen gaan. Ik hoop het, want het is geen kattenpis.

Zodra we daar aankomen willen we het liefst ook meteen weer naar beneden. De al sluimerende hoofdpijn maakt plaats voor een scheelmakende knallende koppijn. De tent is opgezet. De kok en een aantal porters zijn dezelfde weg gegaan als wij, met elk 20 kg bagage, om voor ons een heerlijke warme maaltijd te bereiden, op 4600 meter! Wij moeten acclimatiseren. Er is ons gezegd dat we goed moeten eten, dat schijnt belangrijk te zijn met dit soort uitputtende activiteiten.

We krijgen geen hap door de keel.

Jackson besluit al gauw dat het beter is als we gaan beginnen met afdalen, omdat we zullen merken dat iedere stap naar beneden meer zuurstof oplevert en we ons beter zullen voelen. Dat beter voelen laat nog even op zich wachten. In de 2 uur die volgen, bonkt iedere stap na in mijn hoofd. De hoofdpijn is echt hevig en ik moet me flink concentreren op elke stap die ik zet. Met wandelstokken probeer ik de stappen in mijn hoofd een beetje op te vangen.

Aangekomen in het kamp, knappen we na wat rust, en een beetje eten en wat drinken zoals voorspeld weer op. Ook horen we dat dit absoluut normaal is en dat we ons geen zorgen hoeven maken. Het gaat weer voorbij en we zijn we nog steeds “Strong as Lions” - Nguvu kama Simba, aldus Shedrack.

____

Het is gek om zo toe te werken naar één moment. Straks komt het erop aan en schuifelen we stap voor stap, achter elkaar aan het laatste stuk van deze immense berg op. Alle stops zijn niet meer dan tussenstations en een middel om de top te bereiken. Tijdens het wandelen vandaag, van Barranco naar Karanga, voelde ik voor het eerst ook een beetje angst. De hoofdpijn stak weer wat de kop op en dat levert meteen ook vragen op. Als ik me nu al zo voel, wat is er in die laatste nacht dan? Dan zijn we ook nog moe. En ijskoud. En misselijk. Ik maak me geen zorgen over onze fysieke gesteldheid, we kunnen deze klim écht aan. Maar wat gaat de hoogte met ons doen? Ik vertrouw onze gidsen volkomen, weet dat ze meer dan genoeg ervaring hebben om te kunnen bepalen wat nog verantwoord is en wat niet. Maar het wordt wel een enorme challenge. Daar waar wij gisteren al allebei wat negatieve gedachtes kregen : Ⓛ“Als dit er nu al is, hoe komen we dan tot de top?” Ⓡ “Met dit soort hoofdpijn zie ik die laatste nacht echt niet zitten hoor....” weet ik ook hoe belangrijk het is om elkaar er dan weer doorheen te slepen. De positiviteit weer terug te krijgen en te weten dat het goed gaat komen.

Ik verbaas me erover hoe mijn brein ook werkt. Als ik me goed voel, ben ik onverwoestbaar, ik denk dat dit goede gevoel nooit meer voorbij gaat. Tot het moment dat ik me slecht voel. Dan kan ik niet meer bedenken hoe het was toen het goed met me ging en lijkt dat eeuwig te gaan duren. Er zit maar weinig tussenin.

____

Vandaag starten we met Barranco Wall, een steile rotswand waar we zigzaggend en al klauterend overheen moeten.We voelen ons redelijk fit en energiek, dus dat ging ook vrij soepel. Beter dat die porters, die allemaal dezelfde weg afleggen, maar dan met grote gevaartes van 20 kilo - alhier ook wel 20 kili genoemd - op rug en schouders. Sommigen dragen die enorme tassen zelfs op hun hoofd! Balanceren, terwijl ze ook naar de grond moeten kijken waar ze voeten plaatsen bij iedere stap. Het lijkt een goede baan te zijn, porter. Qua geld verdienen in elk geval. Verder is het met name onwijs hard werken, spullen inpakken in het kamp, ons voorbij snellen naar het volgende kamp en daar alles weer in gereedheid brengen voor onze arrivé.

___

Laatste briefing voor Summit Night. We krijgen veel informatie over wat ons te wachten staat. De tactiek is duidelijk; we lopen zo lang-zaam mogelijk. Je hoeft nog net niet om te vallen terwijl je van been wisselt, maar lang-zaam. 1 uur lopen, vijf minuten pauzeren voor een slok water en wat eten. En door. En dat dan 6-7 keer tot aan de top. Weer wordt er verteld hoe we ons zouden kunnen voelen onderweg. Hevige hoofdpijn. Misselijkheid. Overgeven. En dat het beter overgeven zal zijn als je iets in je maag hebt, want met een lege maag blijf je je zwak voelen. Okee…

We mogen alle vragen stellen die we kunnen bedenken. En we krijgen alle antwoorden. Ik stel ook die ene onvermijdelijke vraag; wat als een van ons het niet redt? Jackson concludeert daaruit dat ik bang ben dat ik misschien niet ga halen. Hij zou zomaar gelijk kunnen hebben.

We gaan allebei met een zwaar gevoel naar bed. Bezorgd, gespannen, het gaat straks écht gebeuren! Het is 18.30 uur en tijd om een paar uur te slapen. Ik kan de slaap niet vatten. Naast mij ligt iemand te ronken, terwijl ik, alvast dik ingepakt, lig na te denken over wat me te wachten staat. Over hoelang dit al een droom is. En over of ik het wel kan.

Eerder vanavond hadden Robin en ik een gesprek hierover. Hij zij heel mooi “Ik stop alleen als ik niet meer verder kan of verder mag. Misschien ligt mijn top wel bij 6300m, maar misschien ook bij 5500m en dat is ook oké.”

Maar voor mij voelt dat dus niet oké. Het weegt zwaar, maar ik moet echt op die top staan over 12 uur! Tegen welke prijs? Ik kies er nu voor om mijn lichaam in enorm veel ongemak te brengen, misschien wel in gevaar te brengen, om daar maar bovenop te staan. Waarom wilde ik dit ook alweer zo graag?

En wat als het dan niet lukt? De teleurstelling zou zo groot zijn. Alleen gewandeld hebben op de flanken van de Kili is niet genoeg - ik doe het voor niks minder dan de top. Als mijn lichaam het toelaat tenminste.

Zo sluimer ik door de uren heen en op een zeker moment hoor ik gerommel aan de rits. Peter maakt ons wakker, tijd om op te staan.

___

De 2 lagen thermokleding die ik al aan heb zijn een goede onderlaag. Daarboven mijn fleece, mijn donsjas en een prachtige knalroze ski jas. Muts op met hoofdlamp, want je ziet geen hand voor ogen. Wandelbroek check, skibroek check. Kop thee en stuk ontbijtkoek en dan hoppa de kou in.

0.10 uur

We beginnen met lopen vanaf de tent, die al aan de bovenkant van het Barafu kamp staat. Als ik voor me uitkijk, zie ik allemaal lichtjes, vlak voor me en hoger de berg op. Kleine groepjes wandelaars die net gestart zijn, of al wat langer geleden. We lopen in ons al vertrouwde tempo, eenentwintig, tweeëntwintig. Shedrack voorop, dan Robin daarachter, gevolgd door Augustin, de porter die een keer mee mag naar de top. Ik volg als vierde, met Jackson als hekkensluiter. Hij geeft eigenlijk het echte tempo aan, vertelt Shedrack in het Swahili steeds om nóg langzamer te gaan, nóg meer te vertragen. Een-en-twintig, twee-en-twintig. Deze visie levert ons straks het voordeel op. Door zo langzaam te lopen, kunnen we dit eindeloos lang volhouden, zonder echt vermoeid te raken. Hierdoor hebben we nauwelijks pauzes nodig om bij te komen, waardoor we op langere termijn sneller boven zijn. We zijn van start.

Waar zenuwen voor spannende dingen vaak juist verdwenen als ik was begonnen; een presentatie of spreekbeurt rolde er daarna meestal wel uit - blijft de spanning nu om me heen hangen. Ik voel een beetje weeïge gloed in mijn maagstreek. Het is geen misselijkheid, maar mijn maag lijkt wel echt wat van streek. Pijn, leeg gevoel. Opboeren. Een beetje druk op de borst, wat meer moeite met ademen. De klachten die ik voel zijn zo spannend niet, maar het zorgt wel voor meer nadenken. In mijn hoofd borrelen gedachten op als: “Als ik me nu al zo voel, wat komt er dan straks nog?” “Ik ga vast overgeven. Ik wil helemaal niet overgeven.” Daar wordt mijn maag overigens niet rustiger van.

Ik besluit al snel dat ik mijn hoofd moest uitschakelen. Dat ik dit soort gedachten niet ga toelaten. Ik bedenk een soort mantra om mezelf houvast te geven; ik denk bij iedere stap; I … CAN … DO ... THIS.

Het helpt een tijdje. Ik kan er mijn adem mee controleren en dit is genoeg om mijn brein wat tot bedaren te brengen. Totdat er een vrouw naar beneden komt lopen. Zij keert duidelijk terug omdat ze zich niet goed voelt. Dat lijkt me overigens een understatement; ze heeft een grijsgrauw gezicht en haar ogen zijn naar beneden gekeerd. Iemand loopt naast haar om haar te vangen als ze valt. Ze kijkt niet op als ze voorbij loopt, heeft geen ruimte voor ook maar iets in haar omgeving.

Ik ben mijn mantra kwijt. Voel ook meteen mijn maag weer om aandacht roepen. Oké doorgaan. Pole pole, stap voor stap. Shedracks veter zit los, linkerschoen. Laat me daarop focussen.

1.25 uur

Short break. Jackson zet mij neer op een rots en geeft me een waterfles. Ik eet een halve mueslireep. Vertel over het onbestemde gevoel in mijn maag; allemaal normaal. Het is pikkedonker, maar de melkweg met talloze sterren omringt ons. De top van de berg, waar we zo hard voor aan het werk zijn is nergens te bekennen. Als het zo donker is, kan ‘ie overal zijn, dus ook heel dichtbij. Of enorm ver weg! Niet aan denken dus. De maan, die we bij vertrek van het tentenkamp nog links halverwege de horizon zagen, is nu weggezakt langs de zijkant van de berg. Alsof ie wil zeggen; gaan jullie maar vast. Ik draai me eerst nog een keertje om…  

De slokken water en het beetje eten doen me goed. Zoals Jackson al voorspeld had, de maagpijn gaat weg. Dat gebeurt niet van het ene op andere moment. Althans, dat denk ik. Maar ik zit in zo’n concentratie, in zo’n goede flow, dat ik opeens bemerk dat het verdwenen is. In een klein treintje schuifelen we stap voor stap omhoog. Eenentwintig, tweeëntwintig.

Mijn blik beperkt zich tot ongeveer een meter voor me en een halve meter links en rechts van me. Ik kijk naar de voeten van mijn voorganger, op dit moment Augustino, onze porter. Zijn zwarte broek, zijn stevige, maar versleten schoenen - geen wandelschoenen, maar gewone. We lopen langzaam, écht heel langzaam. Shedrack leidt de weg en hij heeft een wat slordige pas. Nonchalant. Hij zet niet heel bewust iedere voet neer, waardoor hij soms tegen een rots aanstoot of een stap vooruit zet en dan ook weer een stukje achteruit gaat. Hierdoor beweegt ons treintje zich voort als een harmonica. Start. Stop. Start. Stop.

Ik denk dat het mij meer energie kost dan in iets hoger tempo vloeiend doorlopen. Echter begrijp ik dat Jackson vanaf de achterkant instructies geeft om het tempo Nog. Meer. Te. Verlagen. En Jackson is degene met jarenlange ervaring, ik vertrouw hem. Langzamer dus.

2.45 uur

Tweede pauzemoment. Ik ben verbaasd dat het al kwart voor drie is, dat we al zo’n tijd gelopen hebben. Door het donker en de kleine wereld die ik om me heen gecreëerd heb, ben ik ieder besef van tijd kwijt. Maar mooi. So far so good.

Robin voelt zich fantastisch. Hij heeft nergens last van en gaat echt heel lekker. Ik voel me eigenlijk ook best goed, op een klein sluimerend hoofdpijntje na. Een druk achter mijn ogen en bij mijn voorhoofd. Maar verder mag ik niet klagen. We zetten onze weg voort.

____

Als ik even omhoog kijk, zie ik boven me, ver boven me allerlei witte lampjes. Ik zie lampjes waarachter ik mensen denk. Allemaal volgen ze dezelfde weg, dezelfde missie. Allemaal mensen die op dit moment in hun leven bedacht hebben dat hier is waar ze moeten zijn. Dat deze klim het enige is dat ertoe doet. Op dit moment kan ik zelf niet eens uitleggen waarom ik hier sta. Waarom het nodig was dat ik deze berg zou beklimmen. Mijn hoofd zit in een vacuüm en functioneert enkel op primaire prikkels.

Mijn brein speelt een spelletje met me. Het probeert de donkerte achter de schijning van mijn hoofdlamp op te vullen. Een brein wil enkel maar informatie geven. En als het te lang geen visuele informatie kan geven, dan gaat het dat maar bedenken. Gezichtsbedrog. Ik denk steeds als ik opkijk, dat er een gebouwtje staat, een hekwerk. Vlak achter dat wat ik goed kan zien. Een soort vlonder met hoge palen eromheen. Elke keer zodra ik dan dichterbij kom, zie ik dat er natuurlijk helemaal niks was. Er staan geen gebouwen hier op de berg. Ook denk ik meerdere malen vanuit mijn ooghoek te zien dat er een groepje wandelaars zo’n 10-15 meter boven ons zit te pauzeren. Als ik even wegkijk en daarna mijn blik weer richt op waar ik dat zag, zie ik dat het er nooit geweest is.

Mijn brein wil het donker wegvagen. Het vervangen door iets bekends, iets vertrouwds. Ik vind het bemoedigend dat ook mijn brein me probeert gerust te stellen, mijn blikveld wil vullen met dingen die ik ken, om me zo te vertellen dat het allemaal goed gaat komen.

4.00 uur

Ineens is het vier uur. We houden weer stil. Het is snijdend koud zodra we stilstaan, de wind blaast langs mijn gezicht. Ik eet een stuk chocolade, bevroren en lekker hard. Het is tijd voor de dikke handschoenen. Wanten in mijn geval, die door Shedrack over mijn fleece handschoenen getrokken worden. Er zit geen beweging meer in mijn handen of vingers. Of dit de doorbloeding gaat bevorderen vraag ik me af.

De hoofdpijn breidt zich wat uit, naar de zijkant en achterkant van mijn hoofd. Het neemt toe, maar ik ben niet langer bang voor wat er komen gaat. Ik heb gaandeweg blijkbaar besloten dat ik het aankan, alles wat er gaat komen. Ik besluit me ook nog wat meer op mijn ademhaling te focussen - want ook zonder diep in-en uitademen kom ik die berg op. Maar met meer zuurstof is dat wel makkelijker. De wind blaast stevig uit het oosten. Doordat we zigzaggend de berg op lopen, blaast op het ene moment de wind recht in mijn gezicht en zodra ik een halve slag draai, zegmaar van zig naar zag, duwt de wind me ferm naar voren. Ook dat wordt op een zeker moment een prettige cadans, van links naar rechts, van trekken naar duwen.

4.40 uur

Alweer een stop. Deze keer voor een kop warme gemberthee. Zonder mijn wanten uit te doen krijg ik een beker aangereikt. Heerlijk om wat warms te drinken. We zijn op 5400m volgens Shedrack. Even hè, het is al half 5 geweest en we lopen nog steeds! De kans wordt zo langzamerhand wel echt groot dat we dit gewoon gaan halen. Ik moet even een ‘emailtje versturen’. Er wordt een grote rots aangewezen waarachter ik even kan hurken. Oké, de skibroek zit tamelijk los en zakt al naar beneden zodra ik de touwtjes losser maak. Mijn wandelbroek wurm ik naar beneden, evenals de 2 thermobroeken, die als een rollade onderaan mijn enkels komen te zitten. De wind waait behoorlijk, dus ik moet mijn best doen niet voorover te vallen zodra ik door mijn knieën ga. Ik hoop maar dat ik met de wind meeplas…

5.20 uur

Het pad verandert nu we hoger en hoger komen. Het lijkt erop dat het steiler wordt. Waar we eerder over rotsblokken en een redelijk geplaveid pad konden lopen, is het nu van dat losse zandpuin, waar je voeten ook in wegzakken. Elke stap kost meer en meer energie. Ik probeer te denken aan Jackson en zijn lessen over economisch wandelen, maar het lukt niet echt meer. Mijn enkels doen zeer van de kracht die nodig is om elke stap te zetten. Ik voel me moe, slaperig eigenlijk. Mijn ogen zijn al zolang open zonder dat er iets te zien is, dat ze lijken te denken dat ik het ook wel zonder ze af kan.

Ik kijk naar rechts. Het eerste dat ik zie zijn de lichtjes van een grote stad. Ik vraag Shedrack welke stad dat is. “It’s Kenya.” zegt hij.

Het tweede dat ik zie is een grijze streep vlak boven die Keniaanse stad. Een streep waar de horizon wat lichter lijkt dan al het intens zwart waar we steeds tegenaan gekeken hebben. Het duurt even voordat ik het doorheb, maar dan maakt mijn hart een sprongetje. De zon komt op!

We lopen gestaag door. Ondanks dat de zon nog nergens te zien is, kan ‘ie zijn aantocht niet meer verbergen. Elke zag van de zigzag gaat mijn blik naar rechts en elke keer is het uitzicht nog mooier dan daarvoor. Het grijs krijgt kleur, heel langzaam. Het zwart eromheen kleurt donkerblauw, paars. Alle kleuren oranje, geel en rood. De kleuren dansen door de lucht en ik voel de adrenaline door mijn lijf stromen. Het is werkelijk adembenemend en ik sta bijna op de top van de Kilimanjaro om dit te mogen aanschouwen. Het geeft me precies de boost die ik nodig heb voor dit pittige laatste stuk.

Onze ogen wennen aan steeds een beetje meer licht en op een gegeven moment zien we waar we naartoe moeten. Stella Point ligt recht voor ons, het is niet ver meer.


6.13 uur

Het bord. Stella Point 5685m - Congratulations. En dan tranen, we vliegen elkaar in de armen, we zijn hier! De ontlading is groot.

Maar we zijn er nog niet, dit is slechts de kraterrand. Nog een kop gemberthee. Robin en ik kunnen wel rennen naar die top. Met alle adrenaline in ons lijf is de hoofdpijn als sneeuw voor de zon verdwenen. Maar Jackson houdt wél zijn hoofd erbij en gebiedt ons achter hem aan te blijven lopen. De zon doet zijn intrede en vaagt de rest van het donker uit. We zien de enorme krater rechts van ons en witte gletsjers aan de linkerzijde. De lucht in pastelroze en lichtblauw met geel, het kleurt het ijs van de gletsjer lila. Zo wandelen we naar summit. Uhuru Peak: de piek van de vrijheid. Op 5895 meter hoogte kijken we om ons heen en zien ALLES. On top of the world!

Ik kijk omhoog. Zie een vliegtuig overvliegen. Ik stel me voor hoe de piloot de passagiers toespreekt en dat er mensen - net als ik 10 dagen geleden - even door het raam naar beneden kijken. Onder de indruk van de enorme berg die daar opsteekt. Misschien willen beklimmen? Wie weet zien ze me wel staan, het zou bemoedigend kunnen zijn. Kijk maar, je kunt het wel! Ik steek mijn handen in de lucht en zwaai naar boven.

_________________________________________________________________________